4-Takt
straatmotoren (1956 - 1973)
Giuseppe was in 1955 al
flink ziek en had niet meer de kracht om het volgende motorblok
te ontwikkelen (hij overleed in 1957). Daartoe trok hij de wat
onbekende, maar zeer talentvolle ontwerper Pierro
Prampolini aan.
Prampolini werkte voordien bij Parilla (1950) en Mondial
(1954). Hij kreeg opdracht een motorblok te ontwerpen, dat er
bijna net zo uit zag als het karakteristieke ei-vormige 2-takt
blok, maar wel met de potentie in zich om uit te groeien tot een
racer.
Hierin slaagde hij bijzonder goed. Het simpele lichte motorblok
had tal van vernuftige zaken, waardoor de standaard uitvoering in
tijd van ander half uur omgebouwd kon worden tot een Super Sport.
Zo kon je door de weeks rustig naar de fabriek rijden en in het
week-end meedoen aan één van de talloze straat-races met bijna
dubbel vermogen op het achterwiel.
Prampolini kwam na Motobi terecht bij Benelli en
Moto Guzzi. Latere ontwerpen van hem zijn de Tornado (volgens
sommigen twee krachteieren naast elkaar), de 4-cilinder racers
van Pasolini en Saarinen en de 4- en 6 cilinder Benelli's
1956 -
1961: Catria 175 cc en Imperiale 125 cc

Standaard uitvoering Catria:
Cilinderinhoud 172 cc, boring x slag: 62 x 57 mm.
Compressieverhouding 6.5 : 1
en vermogen van 8.5 pk bij 6500 toeren per minuut;. 4 versnellingen , een gewicht
van 98 kg en met een 20 mm carburateur had de Catria een top van 105 km/h.
Standaard uitvoering Imperiale:
Cilinderinhoud 123 cc, boring x slag: 54 x54 mm en compressie van
6.5 een vermogen van 5.5 pk bij 6500 toeren. Carburateur is 18mm
en met kleinere 18' inch wielen en kleinere remmen, bereikt de
uiterlijk bijna gelijke Imperiale een top van 90 km/h. Het iets
kleinere broertje van de Catria is motorisch gelijk
(uitwisselbaar) op puur 125cc delen na zoals: cilinder, zuiger,
kleppen, carterhelften (vanwege 125cc gat) en kruk-as.
Wel gelijk: drijfstang, big-end, tuimelaars, nokkenas,
ontsteking, primaire overbrenging, versnellings-bak, koppeling
enz.
Catria Sport , Supersport, Catria S-Formule 3, Catria DS (Formule 2) en de Fuori serie met de circuit racers MSDS uit deze periode met kickstarter rechts worden bij de afdeling racers behandeld.
1959 - 1960
In deze periode
veranderde er technisch zeer weinig, wel het uiterlijk van de
Catria en Imperiale werden aangepakt. De ronde tank met liggende
deuk werd vervangen door een iets smallere met verticale kneep en
de spatborden hadden geen naden meer. Opvallend was de
kleurstelling: goud- blauw metallic of zilver-blauw metalic lak
met daaroverheen een blanke cellulose lak.
In Nederland werd in 1960 de goud-blauwe Catria ingevoerd door
N.I.M.A.G. en verkocht voor een prijs van 2395.- . De
testen in Motor en ANWB Motor en Scooter Kampioen waren zeer
lovend over deze "zeer goed sturende motorfiets, waarbij de
8.5 pk zeker geen geflatteerde opgave is".
1961
Inmiddels hebben de ontwerpers van Motobi voor het productie jaar
1961 weer een nieuw model klaar. De 125 en 175 cc motoren krijgen
nu een (zware) kickstarter aan de linkerkant. De techniek bleef
hetzelfde voor de basismotor en nog steeds sinds de introductie
was het vermogen even groot. Het uiterlijk veranderde door ronde
striping op de tank en de kenmerkende driehoekige gereedschap
kastjes werden vervangen door ronde met ook weer diezelfde
striping. De Catria kreeg nu kleinere wielen, 18" i.p.v.
19" ich. Mede doordat de kickstarter kon vastlopen op de
voetsteun en dat je vrij snel vastliep met de steunen in snel
bochtenwerk, werden de voetsteunen opklapbaar.
November
1961
De zonen van
Giuseppe, Luigi en Marco, kunnen het hoofd financieel niet meer
boven water houden en gaan terug naar de Benelli familie . Zij
blijven in de directie en de merknaam MOTOBI blijft binnen het
Benelli concern gehandhaafd. Voor het Benelli aanbod is dit een
welkome aanwinst, want op sportief gebied hebben ze in die klasse
niets te bieden.
1964 -
1965
Eind 1964 komt er pas weer
echt nieuws. Het heeft een jaar geduurd voor de opvolger van de
Catria op de weg is: de Sprite 200. Het
achter-frame werd verstevigd met een pijp achter de kastjes
vanwege het grotere vermogen. Er kwam een betere voorvork in met
meteen maar een zwaardere voorrem (170 x 35 mm). Standaard zag de
Sprite er al als een Sport-model uit: sportieve seat, smalle tank
met "maar" 14 liter inhoud, kleine spatborden en open
achter schokbrekers. De naam "kracht-ei" werd weer eens
bevestigd: 14 pk op het achterwiel en een top van 135 km/h
platliggend.
De laatste Catria's lopen inmiddels van de band. Toch wordt de
200 weinig verkocht; het verschil tussen een Catria Sport en de
Sprite 200 is te klein. Er moet dus iets heftigers komen!
1966
- 1968
En dat komt in
de vorm van de 250
cc Sprite. Het 250cc motorblok heeft nog steeds dezelfde slag
als de Catria, maar inmiddels een boring van 74 mm! Verder kon de
fabriek niet gaan, want de zuiger zit al bijna tegen de
trekbouten aan! Vermogen: 16.5 pk bij 7500 toeren, compressie 8.5
: 1, gewicht 108 kg en een top van 140 km/uur.
Nieuw is de 5-versnellingsbak voor de 125 en de 250 cc.
De 125cc
Imperiale Sport Special met 10 pk en een
top van 125 km/h, ziet er exact uit als de 250 cc Sprite. Enige
verschil in beide uitvoeringen is aantal cc , dunnere spaken,
kleinere achterband en verder de prijs. In Nederland kost in 1967
de Imperiale Sport Special f 1695.- en de 250 cc Sprite f
2495.-.Waarom importeur Henk Vink zo'n groot verschil in prijs
aanbrengt is onduidelijk
Alleen in de meest eenvoudige 125 cc Imperiale wordt nog een
4-bak geleverd voor binnenlands gebruik. Verder voert de fabriek
t.a.v. Amerika een heel ander beleid. Daar kan men tot het laatst
kiezen uit 125 cc, 200 cc en 250 cc en met naar keuze een 4- of
5- bak. De modellen in Amerika zijn ook "Amerikaans",
d.w.z. andere (bolle) tank, buddyseat in plaatwerk, hoog stuur en
een country model met naar boven lopende uitlaat, de Benelli
250cc Metisse Super Sport.
1969
-1971
Oude naamgeving vervalt; nu heten de enige twee modellen nog 125 SS en 250 SS. De motorblokken hebben meer
verstevigingsribben gekregen in de carters rond de krukas. Het
blok van de 125 SS heeft dezelfde specificaties als de oude
Imperiale Sport Speciale en levert nog steeds10 pk bij 9000 tpm.
De tank wordt hoekiger en langer. De buddyseat krijgt een hoekig
kontje.
Eind 1969 wordt de voorvork vervangen door een
chroom/aluminium exemplaar van Marzocchi.
1972 -
1973
Laatste serie werd in ons land niet meer geïmporteerd vanwege de
geringe vraag.. Technisch is deze uitvoering gelijk aan de
voorgaande typen 125 SS en de 250 SS. De laatste stuiptrekking
van de fabriek om dit model nog aan de man of vrouw te brengen
hield "modernisering" in. Hoekig klepdeksel, korte
brede buddyseat, lagere en langere tank, hoog stuur, chromen
koplamp en losse tellers moesten een chopperachtig uiterlijk
geven. Helaas, ontdaan van alle sportiviteit werd het eind 1973
uit de productie genomen om plaats te maken voor een minder
revolutionair model van Benelli, een 2-cilinder tweetakt, die
meer op een Japanse fiets leek dan op een karaktervolle Italiaan.